| De WMO als supermarkt voor welzijn en geluk? |
|
|
|
| Geschreven door Rienus Ferwerda |
| donderdag, 20 maart 2008 14:32 |
Impressie van discussie-avond op 20 maart 2008WMO in vogelvluchtOndanks de striemende regen wisten donderdag 20 maart ruim 50 belangstellenden het gezellige grand café van woonzorgcentrum de Dilgt in Haren te vinden. De aftrap voor deze levendige informatie- en discussieavond over de WMO, georganiseerd door de afdelingen van GroenLinks Haren, Tynaarlo en Noordenveld, werd gegeven door Oscar Rietkerk, raadslid te Tynaarlo. In kort bestek stond hij stil bij de verschillende aspecten van de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO), zoals: de ontstaansgeschiedenis, de beleidsvelden, het budget, de valkuilen, maar ook de kansen die deze nieuwe wet gemeenten en vooral hun burgers biedt. Centraal staat in deze wet immers: het meer betrekken van burgers bij hun leefomgeving, het bevorderen van de sociale samenhang en het bieden van maatwerk voor mensen met een beperking. Met andere woorden: iedereen kan meedoen! En hoe daar gestalte aan gegeven kan worden werd duidelijk gemaakt in het enthousiaste betoog van Foeke de Jong van Skewiel Trynwâlden uit Friesland, waar al geruime tijd ervaring is opgedaan met de WMO. Sterker nog dit in de gemeente Tjietjerksteradeel gestarte experiment heeft aan de wieg gestaan van de WMO. Tot op de dag van vandaag, zo stelde Foeke de Jong, trekt dit experiment veel belangstelling. En dit niet alleen uit Nederland, maar ook uit elders van de wereld. “En eigenlijk doen wij helemaal niets bijzonders, wij willen alleen maar de gewone dingen doen”, aldus Foeke de Jong. Het gaat er immers om de burger en zijn omgeving zo toe te rusten, dat deze in staat is vorm te geven aan zijn eigen ‘dagpad', dat wil zeggen levenspatroon. Sociale erosieAan de hand van een korte historische schets van de Friese samenleving illustreert Foeke de Jong hoe door planners, managers, ‘rationalisering', schaalvergroting en dergelijke de organische sociale structuren van Friese dorpen vanaf circa 1930 teloor zijn gegaan. Met als gevolg ondermeer: het verdwijnen van voorzieningen, onthechting van de gemeenschap, een onevenwichtig woningbestand, het vertrek van ouderen uit de dorpen. Met andere woorden sociale erosie. Een proces dat goed wordt weergegeven door Geert Mak in zijn boek `Hoe God verdween uit Jorwerd', aldus de Jong. Omstreeks 1980 gaat het volgens hem helemaal mis. De kleine middenstanders verdwijnen uit de dorpen, wegen worden rechtgetrokken, iedereen krijgt een eigen plek toegemeten ‘ouderen bij ouderen', het plaatselijke kruisverenigingen, welzijnswerk, woningbouwverenigingen en dergelijke verdwijnen door schaalvergroting en de dorpen lopen leeg en oude sociale structuren verdwijnen. WMO in TrynwâldenVanaf omstreeks 2000 wordt vanuit het project Skewiel Trynwâlden gestart met het herstel van de sociale structuur in de zeven dorpen. Dit is niet iets wat `zo maar' in korte tijd kan, aldus de Jong. Daar zijn jaren en jaren voor nodig. Hij baseert zijn ideeën op het gedachtegoed van Chistopher Alexander over de `civil society'. Hierbij wordt uitgegaan van een organische planologie, waarin alle mensen als sociale wezens meetellen met een belangrijke plek voor de plaatselijke middenstand. Dus met een (in)formele sociale economie en daarnaast goede voorzieningen voor wonen, werk, diensten en zorg. Communiceren, leren en organiseren zijn hierbij sleutelbegrippen, aldus de Jong. In Trynwâlden zijn daarom de verzorgingshuizen gesloopt, wonen en zorg ontkoppeld, zodat iedereen in zijn eigen dorp kan wonen. En is daarnaast een dienstencentrum, de sociale supermarkt, gebouwd waar mensen van alle leeftijden en achtergronden terecht kunnen (een medisch centrum, bibliotheek, winkels, peuterspeelzaal, apotheek, enz.). De dorpsagent is weer terug, woningen worden gebouwd naar behoefte (vraagsturing) van de dorpsbewoners, er is een `parlement' vanuit de gemeenschap gevormd (de `Mienskipsrie'). Mensen van elke leeftijd en achtergrond (jong, oud, met en zonder beperkingen) krijgen hun specifieke sociale rol in de gemeenschap weer terug, waardoor managers overbodig zijn. Regie over eigen levenVoor mensen die aan huis gebonden zijn, zijn er de zogenaamde 'Omtinkers', die hen thuis bezoeken en met hen nagaan wat er nodig is zodat zij de regie over hun eigen leven kunnen behouden en een rol in het dorpsleven kunnen blijven spelen. Ouderen spelen een rol binnen de Om schoolse opvang; ouderen lopen stage bij hun kleinkinderen (o.a. computergebruik), jongeren interviewen ouderen (it Ferhaal) met hun webcam. Met andere woorden alle inwoners worden op verschillende manieren bij het dorpsleven betrokken. Internet gaat hierbij, aldus de Jong, een steeds grotere rol spelen en vervult zo de rol van een `digitale opbouwwerker'. De dorpen die enkele jaren geleden nog een kwijnend bestaan leiden bruisen weer als vanouds. Het omvormingsproject van Trynwâlden krijgt inmiddels navolging in een achterstandswijk in Leeuwarden, heel de provincie Friesland krijgt `Omtinkers'. En wetenschappelijk onderzoek heeft inmiddels aangetoond, dat in Trynwâlden sprake is van een AWBZ onderconsumptie van 26 % en de opnameduur in ziekenhuizen is afgenomen. Er zijn geen wachtlijsten voor zorg meer, de mensen krijgen wat ze nodig hebben (ook hele intensieve zorg thuis). Daarnaast kent men er geen personeelsgebrek en kan een beroep gedaan worden op de vele vrijwilligers. Wie neemt het initiatief?De aanwezigen in de zaal zijn duidelijk onder de indruk van het verhaal van Foeke de Jong. Na de pauze is er gelegenheid voor het voeren van een discussie. Er wordt gevraagd naar vergelijkbare voorbeelden en wat er nodig is mensen weer zo betrokken bij hun gemeenschap te krijgen en wie daarbij de regie moet nemen. Foeke de Jong noemt voorbeelden uit onze regio: 2e Exloërmond waar 5 huisvrouwen allerlei initiatieven hebben genomen en de gemeente Hunze en Aa waar een burgerinitiatief is ontstaan de leefbaarheid van 36 dorpskernen te vergroten. Hij benadrukt hierbij dat het er niet omgaat wie de regie neemt, maar dat mensen moeten worden uitgedaagd hun leefomgeving weer in eigen hand te nemen. Als het in Trynwâlden kan moet het ook in andere dorpen en steden lukken. Het zijn immers allemaal ‘dezelfde' mensen. En steden kunnen opgevat worden als een samenstel van kleine dorpen/ gemeenschappen met hun eigen culturen. Er moeten vooral geen blauwdrukken gemaakt worden of hoe het er in een bepaalde streek, buurt, dorp uit zou moeten komen te zien. Het belangrijkste is om dit omvormingsproces in gang te zetten en er vertrouwen in te hebben dat mensen goed in staat zijn met elkaar hun leefomgeving in te richten. De Harense Wethouder voor ruimtelijke ordening Niezen stelt dat dit alleen maar kan als er ook soepel wordt omgegaan met regels. ‘Er zijn veel te veel regels: mensen moeten kunnen rommelen. Geef de mensen meer vrijheid om te experimenteren en dan ontstaat er een nieuw soort schoonheid'. De ontwikkeling van het Glimmend Hart in Glimmen is hier een goed voorbeeld van: ook hier ligt het initiatief bij de burgers zelf. Ook de Harense welzijnswethouder Toxopeus geeft te kennen blij met deze avond en discussie te zijn. 'Vooral de vraag wat de gemeente bepaalt en wat vrij gelaten moet worden is lastig. Dit brengt spanningen met zich mee voor de gemeente, zijn ambtenaren, maar ook voor de gemeenteraad. Wij hebben immers de neiging in dit land, inclusief de Tweede Kamer, om alles dicht te regelen. Wij, inclusief de gemeenteraad zullen nog moeten leren meer los te laten. Getuige de recente discussie over de WMO in de raad van Haren vinden we het nog steeds moeilijk dingen te laten gebeuren.' Later dan gepland werd de avond afgesloten door het aanbieden van een flesje wijn aan de sprekers en plantjes voor de bewoners van de Dilgt, die zo gastvrij waren hun grand café voor deze boeiende avond ter beschikking te stellen. Meer informatie over het project in Trynwâlden is te vinden op www.skewiel-trynwalden.nl. |